Prekenserie Jakob

Prekenserie over Jakob

Ds. G. Huisman heeft tijdens de zomervakantie van 2018 een prekenserie van 5 preken over Jakob gehouden. Mocht je ze gemist hebben of wil je ze nogmaals beluisteren?  Dat kan op deze pagina. Hier alvast de eerste, de anderen volgen….

1. Laatsten worden eersten

We lezen uit de bijbel: Genesis 25: 19 – 34 (NBV) Jakob en Esau 19 Dit is de geschiedenis van ​Abrahams​ zoon ​Isaak​ en zijn nakomelingen. ​Isaak, de zoon die ​Abraham​ verwekt had, 20 was veertig jaar toen hij trouwde met ​Rebekka, die een dochter was van de ​Arameeër​ Betuel uit Paddan-Aram en een zuster van de ​Arameeër​ ​Laban. 21 Omdat ​Rebekka​ onvruchtbaar bleek, bad ​Isaak​ vurig voor haar tot de HEER, en de HEER verhoorde zijn ​gebed: ​Rebekka, zijn vrouw, werd zwanger. 22 De ​kinderen​ in haar lichaam botsten hard tegen elkaar. Als het zo moet gaan, dacht ze, waarom leef ik dan nog? En ze ging bij de HEER te rade. 23 De HEER zei tegen haar: ‘Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dan het andere, de oudste zal de jongste dienen.’ 24 Toen de dag van de bevalling was gekomen, bracht zij inderdaad een tweeling ter wereld. 25 Het ​kind​ dat het eerst tevoorschijn kwam was rossig en helemaal behaard, alsof het een haren ​mantel​ aanhad; ze noemden het ​Esau. 26 Toen daarna zijn broer tevoorschijn kwam, hield die ​Esau​ bij de hiel beet; hij werd ​Jakob​ genoemd. ​Isaak​ was zestig jaar toen zij geboren werden. 27 Toen de jongens opgegroeid waren, werd ​Esau​ een uitstekend jager, iemand die altijd buiten was, terwijl ​Jakob​ een rustig man was, die het liefst bij de ​tenten​ bleef. 28 Isaak​ was zeer op ​Esau​ gesteld want hij at graag wildbraad, maar ​Rebekka​ hield meer van ​Jakob. 29 Eens was ​Jakob​ aan het koken toen ​Esau​ uitgeput thuiskwam van de jacht. 30 ‘Gauw, geef me wat van dat rode dat je daar kookt, ik ben doodmoe,’ zei ​Esau​ tegen ​Jakob. (Daarom wordt hij ook wel ​Edom genoemd.) 31 ‘Pas als jij me je ​eerstgeboorterecht​ verkoopt,’ antwoordde ​Jakob. 32 ‘Man, ik sterf van de honger,’ zei ​Esau, ‘wat moet ik met dat ​eerstgeboorterecht?’ 33 ‘Zweer het me nu meteen,’ zei ​Jakob. Dat deed ​Esau, en zo verkocht hij zijn ​eerstgeboorterecht​ aan ​Jakob. 34 Daarop gaf ​Jakob​ hem brood en linzensoep. ​Esau​ at, dronk en ging meteen weer weg; hij hechtte geen enkele waarde aan het ​eerstgeboorterecht.
X

Wachtwoord vergeten?

Word lid

Nieuw wachtwoord aanvragen
Geef je e-mail adres in. Een nieuw wachtwoord wordt naar je mailbox gestuurd.

X